DutchEnglishFrenchGerman

Geschiedenis van de Taling 33 “Mr Gee”

 

De Mr Gee is gebouwd in 1991 op de werf van α-boating B.V. te Lelystad. De exclusieve verkoop voor α-boating was destijds in handen van Cees Sier Yachting te Lelystad. De richtprijs van een complete standaarduitvoering bedroeg op 14 oktober 1992 Hfl. 197.000,–

De eerste eigenaar kocht een cascoversie voor ca. Hfl. 120.000,–. Het interieur is door hemzelf aangebracht. Het schip is in 1992 te water gegaan en kreeg de naam Berbices.

Foto uit de verkoopbrochure 1995

Het schip heeft voornamelijk op het IJsselmeer gevaren. Wellicht een enkel tochtje op de wadden. De verste bestemming is waarschijnlijk Norderney geweest, blijkens een kwitantie van die haven in de kaartentafel.

In april van het jaar 1995 kocht mijn schoonzus, mevrouw E.J. van der Laken-Boonstra (Elske) het schip. Zij en haar man ir. R.A. van der Laken (Bob) wijzigden de naam van het schip in Mr Gee. Deze naam berust op een familiegeschiedenis.

Mijn vrouw, Philo van der Laken, en ik hebben sinds 1990 diverse zeereizen gemaakt met Bob en Elske. Wij voeren met een Defender 32, genaamd Joan. In 1995 begonnen wij opgetogen aan een reisje naar Engeland. Oversteekje Scheveningen-Ramsgate, later Thames en Londen, Harwich en river Stour, river Deben en Woodbridge, de Tidemill.

Deze reis verliep niet probleemloos. Mr Gee was duidelijk minder zeewaardig dan we verwacht hadden. In het deksel van de watertank zat een gaatje. Daardoor peilde de heer Hoogstad met een stukje elektriciteitsdraad het waterniveau. In flinke zeegang zorgde dit voor veel water in de boot. Het gaatje werd na ontdekking onmiddellijk door ons gedicht. De vaste vloerbedekking was nat en vet geworden. Er zat veel olie in de bilge. De betimmering liet ook te wensen over. Laden waren niet goed te vergrendelen, waardoor een zware pannenlade met inhoud door de kajuit vloog. De WC-deur was met twee scharniertjes aan de sponning bevestigd en hing derhalve maar op vier kleine schroefjes. Die kwam dus samen met mijn vrouw de kajuit in. De ankerkettingbak had geen afwatering naar buiten. Daardoor werden de kussens in de voorpiek nat door lekkage langs het schot. Tijdens de aanloop van de Deben begaf de impeller het. We hadden helaas geen reserve exemplaar aan boord. Het gebeurde op vrijdag. Of het de dertiende was weet ik niet meer.

Afgezien van deze gebreken, bleek er toch wel erg weinig bergruimte te zijn voor vier opvarenden. Boven de banken in de kajuit waren geen kasten gemaakt. Achter de rugleuningen waren aan bakboord en stuurboord slechts twee diepe bakken die van bovenaf toegankelijk waren. Een dergelijke oplossing was ook in de achterkajuit gekozen. In de doorloop daarheen is de bergruimte voor de zeilkleding. De haken voor het “oliegoed” waren te klein. Het plafond van de kajuit was met koperen bolkopschroeven en niet afgeronde latten (splinters) bevestigd.

Toen we weer in de toenmalige thuishaven Hoorn waren, hebben mijn zwager en ik een lijst gemaakt van verbeterpunten. In de herfst van dat jaar zijn we meteen begonnen. In de jaren die volgden hebben we samen de Mr Gee beter ingericht en uitgerust. Hier en (onvolledig) overzicht:
* Nieuwe vloer in kajuit (hout)
* Betere bevestiging hang- en sluitwerk (pianoscharnier in WC-deur)
* Kastjes boven de banken + uitsparingen achter rugleuning
* Luiken in de bankzittingen
* Plafondlatjes afgerond en geschuurd, bolkoppen vervangen door lenskoppen
* Elektrische installatie goeddeels vernieuwd + nieuw paneel boven kaartentafel
* Acculader van Mastervolt + vaste voltmeter op paneel
* Nieuwe instrumenten van Autohelm
* Ankerlier + afdichting en afwatering ankerkettingbak
* Nieuwe teakdekjes in de kuip + verhoogd bankje achter stuurwiel
* Twee extra lieren voor “Bolle Jan”
* Valstoppers op de mast
* Vier nieuwe zeilen (Hagoort)
* Kuiptentje
* Kaartentafel verlaagd en vergroot
* Plafondjes in voorpiek en achterkajuit vernieuwd

In 1997 maakten we een rondje Fünen. Via Helgoland naar de Eider en vandaar naar Kiel. Verder deden aan Fåborg, Bogdense en door de grote Belt naar Langeland. In drie weken waren we uit en thuis.

In 1999 bleven we in de buurt, omdat ik in februari een hartinfarct had gehad. Aan het begin van de zomer bleek dat een operatie noodzakelijk zou zijn. Het weer was schitterend. We zeilden in Zeeland en langs de Belgische kust. Westerschelde: Antwerpen, Terneuzen, Vlissingen. Deze omgeving is mij wel bekend. Wij woonden toen In Barendrecht. Bob en Elske in Heiloo. Hun thuishaven was de Grashaven in Hoorn.

In 2000 hebben we een reis van 5 weken gemaakt naar Noorwegen. Vlieland-Flekkefjord in 56 uur. Daarna Egersund, Stavanger, Haugesund, Boknafjord-Hardangerfjord en Bergen. Op de terugweg hebben we ook het eilandengroepje Kvitsøy bezocht.

Mr Gee in een haventje in de buurt van Stavanger

In 2001 maakten we een reisje naar de Kanaal-eilanden. We vertrokken vanuit Middelharnis. Dat was inmiddels de nieuwe thuishaven van Mr Gee geworden. Omdat het onderhoud mijn zwager zwaar begon te vallen namen Philo en ik de zorg voor het schip over. De bedoeling was dat we een aantal jaren het vruchtgebruik zouden genieten en het schip na drie jaar zouden overnemen.

Philo en ik zijn in 2000 verhuisd van Barendrecht naar Sommelsdijk. Aanvankelijk hadden we in Stellendam een ligplaats gevonden. In de winter van 2000-2001 heeft Mr Gee daar ook gelegen maar omdat we al snel een plekje konden krijgen bij WV Facquee, zijn we in het voorjaar van 2001 defintief naar Middelharnis gekomen. Daar liggen we nu al weer enkele jaren tot grote tevredenheid. Het is een gezellige club. We liggen nu in box 6 aan het Vingerling, midden in het dorp.

Mr Gee aan de langssteiger te Middelharnis, 5 oktober 2001

De tocht ging via België, Calais, Dover, Eastbourne, Brighton, de Solent (Hamble en Beaulieu River)naar Guernsey, Sark, Jersey en St. Malo en de Rance naar Dinant. In Peterport hebben we Mr Gee drooggezet om de schroef te bekijken en het onderwaterschip te boenen. Dankzij de ingelamineerde laag met copperclad hoeven we nooit met anti-fouling te werken. Mr Gee blijft ’s winters altijd in het water. Om de twee of drie jaar droogzetten en goed boenen met schuursponsmatjes is voldoende om hem weer zo glad als een glis te maken. Via Cherbourg en Fécamps weer terug naar huis.

Bob boent het roerblad, St. Peterport, Guernsey

In 2002 werd mijn zwager ernstig ziek. Hij was niet in de gelegenheid een reis met ons te maken. Philo en ik zijn toen naar de Oostzee gegaan. We vertrokken half juli. Het weer zat tegen. De wind was een week lang hard Noord of Noord-Oost. We kozen ervoor binnendoor naar Lauwersoog te gaan. Altijd wel aardig die staande mastroute maar ik zit toch liever op zee. Rustig eilandhoppend via Norderney, Spiekeroog naar Cuxhafen. Later Kiel, Heiligenhafen, Wismar, Warnemünde en Rostock. Op de terugweg hebben we ook nog Burgstaaken op Fehmarn aangedaan en een stikdruk Vlieland. Daar is het zomers echt niet leuk meer.

Mr Gee loopt Rostock binnen

In 2003 bleven we in Nederland. IJsselmeer, onder andere de oude thuishaven te Hoorn, Friesland, wadden Harlingen, Terschelling, Texel, Den Helder. Later Scheveningen en nog twee weken Zeeland.

 

 

In januari kochten we Mr Gee. Plan voor de zomer: Oostzee (Rügen, Polen, Zweden, Denemarken?)

Mr Gee in Durgerdam

Bijdrage van Dick van Oortmerssen